Auteur: Ivo van der Mark
“Altijd chaos is ook een geregeld leven”. Dat vind ik een mooie zin van schrijver-dichter Simon Carmiggelt. Een die naadloos past bij drie maanden Trumpbulentie. Want terwijl de wereld op z’n grondvesten trilt, lijken we nergens meer vreemd van op te kijken. Als vastgoedsector werken we ondertussen aan een eindsprint naar de bouwvak en persoonlijk liet ik bijna de letter S op mijn borst tatoeëren. Genoeg te bespreken dus.
Ben jij nog geschokt als je op een van de nieuwskanalen geconfronteerd wordt met een (bizar) handelstarief? Sta jij stampvoetend in de woonkamer als de aard en oorsprong van een oorlog verdraaid worden? Nee toch. Dat doe je hooguit één keertje en daarna ga je weer door.
We leven in een tijd van spreekwoordelijke vuurpijlen en harde knallen die wereldleiders op elkaar afvuren. En langzaam zijn we Oost-Indisch doof aan het worden. We zien, voelen en horen het nauwelijks meer.
Waarschijnlijk is het zelfbescherming.
We weten dat Trump, Poetin en Xi Jinping nog wel een tijdje doorgaan met armpje-drukken. En dat dichter bij huis in feite hetzelfde gebeurt: de Haagse politiek vecht elkaar de tent uit, vergadert een nachtje door, geeft elkaar de schuld van de puinhoop die er op het toneel ligt, en als kiezers kijken we schaapachtig toe.
Ja, we pikken een hoop als je het mij vraagt. Vorig jaar zomer werd de Wet Betaalbare Huur ingevoerd. Ondernemers die in vastgoed hun oudedagsvoorziening hadden gespaard, zagen zich genoodzaakt hun vastgoedbezit te verkopen. Het gewijzigde beleid was niet alleen een strop voor hardwerkende mensen, maar ook maatschappelijk een ondoordachte zet. Dat bleek twee weken geleden toen minister Mona Keijzer plots de wet wilde aanpassen om de verkoop van huurwoningen een halt toe te roepen.
De politiek zwalkt. En wij laten het geheen-en-weer over ons heenkomen. We demonstreren niet of nauwelijks over de woningnood en in het verlengde roepen we het kabinet niet tot de orde inzake stikstof-dossiers en Natura 2000-gebieden. We laten het grotendeels op z’n beloop, terwijl de cijfers schrikbarend zijn.
Het lijkt of onze grens van emotie en verontwaardiging voortdurend opschuift. In Utrecht bij een van onze JAJO-nieuwbouwprojecten staan voor elke woning 40 gezinnen in de rij. Veer-tig!
Ik merkte het ook aan mijn eigen gedrag toen er onlangs een folder van de gemeente in de brievenbus plofte. Het ging niet over woningbouw en wachtrijen, maar over de militaire dreiging die langzaam maar zeker ook Nederland bereikt.
In de folder stond dat we voorbereidingen moeten treffen om 72 uur totale ontwrichting te kunnen overleven. Haal voldoende waterflessen, rijst en andere houdbare etenswaren, zoals pasta en pastasaus, stond er geschreven. Een zaklamp en een EHBO-kit. En niet te vergeten warme dekens voor koude dagen en nachten.
Ik ben niet direct naar de supermarkt en de Action gerend. En heb ook geen berichten gehoord over een ‘run’ op al die artikelen. Het is het bredere patroon dat ik zie: Nederland haalt in grote lijn z’n schouders op. En dat heeft niets meer met voorjaarsmoeheid te maken.
Die gelatenheid bracht me in verwarring en maakte me tegelijkertijd strijdbaar. Ik moest denken aan Van Kooten & De Bie, met hun legendarische sketches over de Tegenpartij. Je weet wel, de fictieve Nederlandse politieke partij opgericht door F. Jacobse en Tedje van Es, twee Haagse “vrije jongens”. “De Partij voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne” en het volledig anders willen doen.
Kortom, ik moest er dus even uit. Weer voelen. De energie, de adrenaline, zelfs de angst. Maarja, waar en hoe ga je dat doen?
Twee weken geleden golfde ineens zo’n kans voorbij in het Zuidelijkste puntje van Spanje. Ik had me er dagen op verheugd: kitesurfen in Tarifa. Er diende zich alleen een probleem aan, en dat probleem was misschien net hetgeen ik nodig had.
Windkracht 9!
Eigenlijk kan dat niet voor een good old-amateur, die ik ben. Kitesurfen onder die omstandigheden. Maar op dat moment moest ik het gewoon doen. Voelen hoe het is om controle te vinden, op momenten dat er geen controle mogelijk is.
Nog voordat ik in het water lag, bonkte mijn hart in mijn keel. Het gekletter van de vlieger boven me, zei dat ik veilig aan de kant moest blijven, maar ik deed net of ik het stemmetje niet hoorde.
Met een rotgang denderde ik daarna over het water. Woeste golven en keiharde rukwinden, die mij elke minuut testten of ik wel bestand was tegen dit avontuur. Ik stond te trillen in mijn wetsuit en mijn beide handen verkrampten van tijd tot tijd.
Eyes wide shut. Het gaf me een ongelooflijk gevoel, zoiets van ‘ik ga zo direct een letter S op mijn borst laten tatoeëren’. En daarbij een omgevingssensitiviteit die ik lang had gemist.
Toen ik uit het water kwam, hielp een Spaanse surfer me met mijn vlieger. Hij lette even niet op en zeilde een eind over het strand toen de wind nog eenmaal in mijn kite terecht kwam. We moesten er samen hard om lachen.
En toen kwam het besef. Tsjee wat was dit gevaarlijk geweest. En wat was het tegelijkertijd ontzettend nodig om in de Straat van Gibraltar iets buiten de lijntjes te doen. Wat had ik dat gevoel gemist in het oeverloze gekabbel van de status quo in Nederland. Het gevoel dat je leeft. Dat de automatische piloot even niet bestaat, en dat je de regie kunt nemen om te doen wat zo nodig is.
Mijn avontuur in Tarifa heeft overigens niet geholpen om Nederland op de korte termijn te redden van al die grote problemen waar we voor staan, maar het heeft me persoonlijk wel ruimte gegeven om met JAJO een eindspurt te maken naar de zomer toe. Een belangrijke periode waarin we vooruitkijken naar 2026, met ambitieuze woningbouwprojecten, renovatie en beheer.
Het belooft een spannende tijd te worden, waarin we veel zaken niet zelf in de hand hebben en we in alle chaos blijven zoeken naar houvast. In die zoektocht moeten we blijven luisteren én voelen. Als organisaties, maar vooral als mensen naar elkaar.