Auteur: Ivo van der Mark

Wat heb jij de laatste weken geprompt? Over prompt en prompting gesproken. Dat woord heeft – voor wie het in de oude context al kende – een nieuwe betekenis gekregen. ChatGTP, Copilot, Midjourney, Jesper …. Het brengt onze wereld in een duizelingwekkende versnelling en soms in verlegenheid. Ik zie kansen voor onze bouwsector. En natuurlijk ook Big-Brother-gevaren. Wat duidelijk is geworden: we hebben allemaal een beetje verkering met Artificial Intelligence gekregen. Ik in ieder geval wel.

Om direct kleur te bekennen: ik ben fan van AI. En ja, ik prompt er op los. Als ik op kantoor ben. Of onderweg. En zelfs in gezelschap. Laatst nog met mijn buurman. Die typte zijn eigen naam in op een van de AI-zoektools, natuurlijk met een afgekaderde prompt. Bleek hij dood te zijn. Tenminste dat zei ChatGPT. Die verwarde mijn buurman – ondanks al onze pogingen en uitgekookte prompts – met een gelijknamige, overleden Amerikaan.

We hebben er hard om gelachen en schonken nog een glas wijn in.

Maar tussen dat gelach en geprompt schuilt natuurlijk wel een waarheid. Wat vroeger voor de traditionele media gold “je moet niet alles geloven wat er in de krant staat”, geldt ook voor Artificial Intelligence. Er zijn tal van artikelen verschenen waarin wordt aangetoond dat AI soms een foutje maakt, waarin AI je niet goed heeft begrepen, of dat AI simpelweg liegt, en dat de AI-tool dat vervolgens ook weer ruiterlijk toegeeft.

En dan zijn er nog morele en ethische kwesties: Wat gebeurt er met al mijn prompts (privacy)? In welke mate blijft een bouwbedrijf straks nog autonoom, als we met z’n allen massaal gaan AI-en? Of iets anders: we weten dat de AI-algoritmes (onbedoeld) vooroordelen bevatten. Wat vinden we daar van? En dan zijn er vragen over transparantie en rechtvaardigheid. Kunnen we de stappen volgen (en blijven volgen) die de machines voor ons nemen? Alleen zo kunnen we de generatieve input op waarde blijven schatten, en vooral zelf blijven nadenken wat goed of fout is.

Alle morele en ethische gevaren ten spijt: ik zie vooral de kanszijde van AI. Ik vind het privé hartstikke leuk. Zeker, omdat ik me de hele dag de meest gekke dingen afvraag (Hoeveel ijsvogel-paren zijn er nu in Nederland?). AI geeft me in een mum van tijd antwoord. En daar heb ik lol in. Later zal AI ongetwijfeld een extra hulp in Huize Van der Mark worden. Technisch is het al mogelijk om een AI-gestuurde koelkast in de keuken te hebben die op basis van het consumptiegedrag van ons gezin zelf boodschappen bestelt, afrekent en deze precies op het juiste moment laat bezorgen.

Maar zover zijn we nog niet. Niet als maatschappij, maar ook niet bij ons thuis. Zie het als de eerste flatscreen begin 2000 (die toen nog 15 a 20 duizend gulden kostte) of betaalzender Sport7 (die in 1996 na 4 maanden failliet ging, omdat mensen toen nog niet bereid waren om voor voetbal te betalen). AI maakt misschien wel een zelfde golfbeweging van acceptatie door. Ruim vijftien jaar geleden promoveerde de eerste Nederlander al op het gebied van AI. En in de tussenliggende jaren is AI wisselend van het podium verdwenen voor het grote publiek en ongekend gehypet.

Zoals nu. De piek van AI is momenteel sky high. Daar doen we allemaal aan mee. We zijn nieuwsgierig naar het onbekende en willen met elkaar de boot niet missen en dat merk je in de kantine of bij de koffieautomaat.

Ik zoek in deze column ‘een gebeurtenis waarmee we dat gevoel van de boot niet willen missen, kunnen vergelijken’. Natuurlijk vraag ik het AI. Na wat prompts (noem 3 gebeurtenissen waarmee je de AI hype zou willen vergelijken?) komt Copilot op nummer 1. met de DotCom-bubbel uit 1995-2000. En ik denk dat dat voorbeeld een aardig eind in de richting komt. De ‘believers’ zien de bomen tot aan de hemel rijzen. En willen nu instappen of tenminste snappen wat er gebeurt en vooral bijblijven. AI zal daarentegen niet als een bubbel in onze gezichten klappen, maar zal ná de hype waarschijnlijk een zachte landing krijgen in de samenleving. Ingeburgerd en alledaags.

Nu zitten we nog op die piek. Elke week komen er wel weer nieuwe AI-tools op de markt. Perplexity en Grok zijn de laatste die ik persoonlijk heb geprobeerd. Is het spielerei? Ja, aan de ene kant wel, maar aan de andere kant geloof ik erin dat we op die manier kunnen oefenen voor de periode dat AI compleet is ingeburgerd in ons leven. Om AI zo’n voorname rol te geven in de bouwsector moeten we snappen wat het voor ons kan beteken. Daar praat ik over met knappe koppen en ondertussen oefen ik zelf en heb ik veel promptplezier.

Ik zie AI daarbij niet als concurrent van ons mensen, maar vooral als sparringpartner die bijvoorbeeld een kavel rondom een bouwcomplex in drie seconde optimaal kan intekenen voor een toekomstige parkeerplaats. Daar hebben onze mannen en vrouwen soms een hele dag voor nodig. Ze komen dan aan het einde van de middag tot dezelfde uitkomst, maar de tijdswinst met AI is gigantisch.

Bij JAJO stimuleer ik vanuit die efficiency het gebruik van AI. We weten dat we niet voldoende professionals in de bouw hebben en dat we er in de toekomst ook niet voldoende gaan krijgen. We zullen dus met elkaar moeten zoeken naar oplossingen. AI gaat ons steeds vaker helpen met ontwikkelproblemen en bouwplaats-optimalisatie. Daar zetten wij heel sterk op in.

We pionieren waar we kunnen en hebben ook al succesvolle AI-modellen in onze organisatie geïncorporeerd. Op Curaçao ontwikkelen we met AI 3D-geprinte betonnen woningen. Dat vind ik een mooi voorbeeld. Op de Nederlandse bouwplaats loopt een uitvoerder, bij wijze van een pilot, met een AI-gestuurde 360 graden camera op zijn helm. Niet om in de gaten te houden wat het personeel uitspookt, maar wel om processen te kunnen bijsturen en stroomlijnen.

Ik ben nieuwsgierig wat AI ons gaat brengen in de bouw. Bij marktpartijen, maar ook bij gemeenten. Samen staan we vaak voor repeterend werk. Laten we dat vooral met AI oplossen zodat wij ons kunnen bezighouden met zaken waar wij als professionals van toegevoegde waarde zijn. Er is (AI)werk aan de winkel!

Populaire berichten